3. Daantje past op het huis (1934)

Verteld en getekend door Leonard Roggeveen
Derde deel van de Daantje-serie, tweede druk; 80 blz.;
2 tekeningen van een hele bladzijde; 25 kleinere tekeningen.
Alle illustraties zwart-wit. Pentekeningen.

Hoofdstukken
I – Nacht – 5
II – Grietjes – 8
III – Grietje gaat op reis – 13
IV – Wat is het stil in huis! – 21
V – Het tafellaken – 25
VI – Het schort – 30
VII – Melk of brood – 36
VIII – Kukeleku! Kukeleku! – 41
IX – Vrouw Beentjes en Tijmen – 46
X – Koffietijd! – 54
XI – Rookwolken! – 57
XII – De Brand! – 62
XIII – Grietje – 71
XIV – Nacht – 77


    Personages:

  • Een oude wijze uil
  • Grietje
  • Daantje
  • Hendrik de klepperman
  • boer Akkermans
  • diender Swadde
  • Barend, de melkboer
  • de bakker
  • vrouw Beentjes
  • Tijmen, de muzikant
  • Gijs de Blauwe, stratenmaker en onkruidwieder
  • de burgemeester

Het verhaal
In dit verhaal gaat vooral over Daantjes onhandigheid en zijn onderschatting van huishoudelijk werk.
Het verhaal begint met de observaties van een oude, wijze uil die ’s nachts in de iep voor het huisje van Daantje en Grietje zit:

(…)
“Ik zie een huisje,” denkt hij. “En in dat huisje zie ik een kamer met een bed. In dat bed ligt een mannetje. Een dik mannetje. Dat mannetje is Daantje. Ja, ja, dat is Daantje, ik ken hem best. Daantje slaapt. Dat begrijp ik. Want mensen slapen allemaal, als het nacht is. Maar daar links van Daantje, daar zie ik Grietje. Jazeker, dat is Grietje, ik ken haar óók goed, want ze is Daantjes vrouw. Maar kijk eens aan: Grietje is wakker!”
(…)

Grietje kan niet slapen omdat ze de volgende dag op reis gaat. Ze gaat een bezoek brengen aan haar neef Willem, zijn vrouw Maartje en hun pasgeboren dochtertje Margaretha, ofte wel Grietje.

Daantje blijft alleen thuis. Hij moet enige huishoudelijke handelingen verrichten en dat is hij niet gewend.
Hoe de boel in één dag in het honderd kan lopen.

Daantje is vergeten wat hij van de melkboer en de bakker moet nemen. Dus heeft hij te veel melk en geen brood. Hij besluit pannenkoeken te gaan bakken.



Dat gaat met zoveel rookontwikkeling gepaard dat Swadde en Gijs de Blauwe, die toevallig langs lopen, denken dat er brand is.
Swadde draagt Gijs op om de brandspuit te gaan halen, uit de kelder van het gemeentehuis, en een paar mannen te waarschuwen.
En passant loopt het hele dorp uit om te kijken naar de brand die er niet is.
En Grietje kan bij thuiskomst de rommel opruimen:
“Huishouden, Daantje, is lang niet zo gemakkelijk als ’t lijkt, Daantje.”

Tekst is auteursrechtelijk beschermd © E van Straten 2011-2015.
Update: 2-11-2021.