De podiumjaren van Leonard Roggeveen (2)

door Estella van Straten

Vereeniging “Ontwikkeling”

De heren Roggeveen en Thierry bleven niet stilzitten.
Op 17 november 1920 meldde de Westlandsche Courant dat beide, met anderen, op 12 november 1920 een vereniging hadden opgericht met als doel de algemene ontwikkeling in
’s-Gravenzande te bevorderen, genaamd “Ontwikkeling”.
Niet verbazingwekkend, gezien de ontslagreden die Roggeveen in zijn ontslagbrief aan de
’s-Gravenzandsche Tooneelclub (G.T.C.) had opgegeven.
‘Door leden zullen gedurende dezen winter lezingen worden gehouden, te beginnen met a.s. Vrijdag. De heer Roggeveen zal dan behandelen: William Shakespeare; in ’t bijzonder “De Koopman van Venetië”, gevolgd door declamatie van enkele gedeelten. Belangstellenden kunnen gratis door ’t Bestuur worden geïntroduceerd.
De lezingen zullen plaats hebben in de zaal De Mentor aan den Naaldwijkschen weg. De heer J. Beijer, bestuurslid der nieuwe vereniging, is gaarne bereid inlichtingen te geven. De nieuwe vereeniging zal ook trachten een leeszaal te stichten, waar leden en geïntroduceerden hunne avonden kunnen doorbrengen. Vereeniging en leeszaal dragen een strikt neutraal karakter.’
Aldus de Westlandsche Courant op 17 november 1920.

In de Westlandse Courant verscheen een verslag van de eerste ‘winterlezing’.
‘Vrijdag 19 November hield de Vereeniging “Ontwikkeling” alhier in het gebouw “De Mentor” van den heer J. Beijer haar eerste winterlezing. De heer L. Roggeveen sprak over William Shakespeare en in het bijzonder over De Koopman van Venetië. Op duidelijke en eenvoudige wijze behandelde spreker dit onderwerp; het was heel goed te volgen ook door minder ontwikkelden. Waar het te pas kwam, droeg spreker verschillende fragmenten uit den Koopman voor, en de volle aandacht, waarmede de 32 belangstellenden den spreker volgden, pleitte voldoende voor de wijze, waarop hij de vergadering wist te boeien.
Na afloop gaven verscheidene aanwezigen, waaronder de meeste dames, zich op als lid. Tot secretaresse werd gekozen Mej. M. C. J. Pijtak, in de plaats van den heer Roggeveen, die aftrad.
De tweede winterlezing zal worden gehouden op Donderdag 2 Dec. 1920, des avonds 7 uur, wederom in het gebouw De Mentor Naaldwijkscheweg 255. De heer D.K.H. Thierry zal alsdan optreden met het onderwerp ‘De Renaissance in Italië’. Belangstellenden zullen op deze lezing nog vrijen toegang hebben.
Wij willen hopen dat de vereeniging van velen belangrijken steun zal mogen ondervinden.’

Bron: Westlandsche Courant, 24 november 1920

Net als de ’s-Gravenzandsche Tooneelclub ging ook Vereeniging ‘Ontwikkeling’ energiek van start. Er werden in het eerste jaar in totaal 15 lezingen gehouden, soms elke week een. Roggeveen nam zes avonden voor zijn rekening. Behalve de lezing over Shakespeare, sprak hij over poëzie, sterrenkunde en over toneelspelen. Daarnaast verzorgde hij een seance-avond en voerde hij Faust als poppenspel op.

Vijfde winterlezing: L. Roggeveen: De nieuwe poëzie
“Kunst is alles wat mooi is. Alles, wat met zuiver gevoel geschapen wordt, is kunst. Soms zien wij in bepaalde kunstvoortbrengselen niet het kunstige, maar door aandachtige en geleide beschouwing komen we ten slotte tot erkenning.
Het gaat met kunst net als met alles in de natuur, we zien een opbloei en een verval, een tijdperk van glorie en een tijdperk van décadence. Toch is de kunst an sich eeuwig en staat boven het tijdelijk gebeuren. Ars longa, vita brevis.
Al mogen de verschijnselen, de vormen der kunst vergankelijk zijn, in de ziel van den artist leeft eeuwig het schoonheidsgevoel. In 1880 ontstond in ons land een nieuwe beweging op letterkundig gebied, waarvan Willem Kloos, Jacques Perk, Frederik van Eeden, Albert Verwey c.s. de voornaamste voormannen waren. In deze beweging stonden meer de individualistische gevoelens der dichters op den voorgrond.
Thans heeft de beweging van ’80 zijn werk gedaan, de conventie van de 19e eeuw is overwonnen. Heye e.d. worden niet meer gelezen. Na dien tijd zagen 1900 en 1920 weer oplevingen.
Na de pauze gaf spreker verschillende proeven van dichtkunst. Hij droeg gedichten voor van Adama van Scheltema, Verweij, Herman Gorter, Hélène Swarth en Frans Bastiaanse.’ aldus de Westlandsche Courant van 29 december 1920.

Tiende winterlezing: L. Roggeveen: Sterrenkunde
Spreker zette uiteen het ontstaan van zon, maan, aarde, zonsverduisteringen (ringvormige en gedeeltelijke), planeten, kometen en sterren. De aanwezige lichtbeelden gaven prachtige groote telescopen weer, gedeelten van de maan, enkele planeten en sterrenbeelden, welke de lezing verduidelijkten.
De voorzitter dankte den heer Roggeveen voor zijn wetenschappelijke en heldere rede, eveneens de heer Beijer, die, geheel belangeloos, de stereoscoop op uitstekende wijze bediend had.
Het ligt in ’t voornemen van de heer Roggeveen binnenkort een openbare seance te houden, op nader aan te kondigen datum. (Westlandsche Courant, 19 februari 1921)

Dertiende lezing: L. Roggeveen: Voor en achter het voetlicht
Spreker gaf een beschrijving, hoe de tooneelkunst ontstaan is en op welke manier in de middeleeuwen tooneel gespeeld werd, met welke middelen men zich bediende en de veranderingen, die er na verloop van tijd in aangebracht waren.
De tooneelkunst bevatte volgens spreker vele wetenschappen, o.a. letterkunde, dicht-, beeldhouw-, en schilderkunst, enz. hetgeen ook door hem werd verklaard. Daarna sprak hij op uitvoerige wijze over het onderwerp en beschreef de gemoedstoestanden van spelers, wanneer zij voor ’t eerst moesten optreden en hoe schouwburg en tooneel zijn ingericht.
Tot slot droeg spreker voor het stuk “Salomee”. (Westlandsche Courant, 19 maart 1921)

Occultisme
De winterlezingen over Spiritisme en Occulte wetenschappen maakten veel los in
’s-Gravenzande. Ook in verband met deze onderwerpen liet Roggeveen zich niet onbetuigd.
‘Na afloop (van de lezing over Sterrenkunde, red) gaf de heer Roggeveen nog enkele telephatische (sic) en hypnotische proeven, welke zeer goed slaagden en in den smaak vielen van het aanwezige publiek. Het ligt in ’t voornemen van den heer Roggeveen binnenkort een openbare seance te houden, op een nader aan te kondigen datum.’ (Westlandsche Courant, 19 februari 1921)
Die datum was 1 maart 1921. De Westlandsche Courant meldde op 26 februari 1921:
‘In den laatsten tijd hoort men in deze streken, vooral in deze gemeente, veel over telepathie en hypnose spreken. Een onzer inwoners bezit ook werkelijk die verborgen krachten, n.l. de heer L. Roggeveen, en door zich veel op dat gebied te bewegen is hij ook tot sterke proeven in staat. Op veelvuldig verzoek is hij tot het besluit te gekomen a.s. Dinsdag 1 Maart een openbare seance te houden in de zaal “de Mentor”.
Entréekaarten zijn vooraf verkrijgbaar bij J.C. van Baarsel, sigarenwinkelier.’

Op 12 maart 1921 schreef de Westlandsche Courant:
‘Dinsdag 1 Maart werd door den heer L. Roggeveen een telepatische (sic) en hypnotische seance gegeven, welke zeer goed geslaagd mag heeten. Door hem werd zooveel mogelijk weergegeven, wat telepathie is, waarna enkele proeven werden genomen. De meesten, waarbij zeer gecombineerde opdrachten, werden tot in alle onderdeelen keurig volbracht. Het minder goed slagen van een paar opdrachten is zeker te wijten aan het feit, dat de leiders hun gedachten niet goed konden concentreeren.
Na de pauze werden hypnotische proeven gedaan, welke ook zeer slaagden. Verscheidene personen kwamen onder suggestie en voerden in hun slaap de handelingen en bewegingen uit, die hun gelast werden. Enkelen beantwoorden zelfs goed hoorbaar vragen.
Het is een succesvolle avond geweest voor den heer Roggeveen en zoo de gelegenheid er is, kunnen we onze lezers aanraden dergelijke seance’s te bezoeken.’ 

Maar de Westlandsche Courant maakt er geen melding meer van.

Wel wordt duidelijk dat Leonard Roggeveen een veelzijdige belangstelling had. Van zijn belangstelling voor ‘occulte’ of in ieder geval bovennatuurlijke verschijnselen gaf hij vervolgens blijk in een aantal van zijn jeugdboeken, zoals De ongelooflijke Avonturen van Bram Vingerling, Het geheim van het oude horloge, en Woudstra knapt het op.

Faust als Poppenspel
Op 31 augustus 1921 meldde de Westlandsche Courant dat de heer Roggeveen op 8 september 1921 een oud Faustspel zal opvoeren gespeeld door poppen: Het leven en verschrikkelijk einde van Doctor Johan Faust.

poppenkast7-9-1921

Roggeveens hospes J.C. van Baarzel, (huis)schilder, maakte de decors, Roggeveens nichtje A. Ploeger uit Amsterdam de kleding van de poppen. Roggeveen had zelf de bewerking van de Faust gemaakt en evenals de ontwerpen voor de decors en de kleding.

poppenkast1-14-9-1921
poppenkast2-14-9-1921

poppenkast3-14-9-1921 poppenkast4-14-9-1921

De uitgebreide recensie van dit poppenspel, in de Westlandsche Courant van 9 april 1921, geeft wel aan hoe bijzonder het toen werd gevonden.
Ik weet niet hoe we er vandaag de dag tegenaan zouden kijken, maar Faust als poppenspel voor volwassenen lijkt mij heden ten dage nog steeds fascinerend: het contrast tussen de poppen en het vervaarlijke verhaal.
Jammer dat er, behalve de recensie, niets van over is gebleven.
Het is mij niet bekend of dit Roggeveens eerste poppenkastuitvoering was.
Duidelijk is dat Roggeveen uit deze poppenkastervaring putte toen hij in 1937 het boek Een stelletje koppen,(herdrukt als Vier Koppen in een Fordje) schreef.

Dit zou Roggeveens laatste activiteit in ’s-Gravenzande zijn. Hij had een baan gevonden in Leiden en stond op het punt te verhuizen.
Zoals de recensie aangeeft kreeg Roggeveen van zijn ’s-Gravenzandse vrienden een wandelstok met zilveren knop als afscheidsgeschenk.
Een wandelstok lijkt een vreemd cadeau aan een 23-jarige. Het was toen vermoedelijk een modeaccessoire.
Bij de opening op 27 april 2010 van de tentoonstelling Leonard Roggeveen, meesterlijk verteller, in Naaldwijk, had Roggeveens zoon Hans deze wandelstok bij zich. Hìj had kort daarvoor een heupoperatie ondergaan.


Lezingen Vereeniging ‘Ontwikkeling’ Seizoen 1920-1921

Datum Nummer Spreker Titel
19-11-1920 Eerste winterlezing de heer L. Roggeveen William Shakespeare
2-12-1920 Tweede winterlezing de heer D.K.H. Thierry De Renaissance in Italië
9-12-1920 Derde winterlezing de heer Pijpers Spiritisme
16-12-1920 Vierde winterlezing de heer Koote Kongo
22-12-1920 Vijfde winterlezing de heer L. Roggeveen De nieuwe poëzie
14-1-1921 Zesde winterlezing de heer G. Keijzer Parijs
27-1-1921 Zevende winterlezing de heer Pijpers Occulte wetenschappen
28-1-1921 Achtste winterlezing de heer A. Braber Indië
10-2-1921 Negende winterlezing de heer C. v. d. Eijkel Indië
18-2-1921 Tiende winterlezing de heer L. Roggeveen Sterrenkunde
28-2-1921 Elfde winterlezing de heer G. Keijzer België
1-3- 1921 Twaalfde winterlezing de heer L. Roggeveen Seance
3-3-1921 Dertiende winterlezing de heer L. Roggeveen Voor en achter het voetlicht
8-4-1921 Veertiende lezing de heer G. Keijzer Schotland
8-9-1921 Vijftiende lezing de heer L. Roggeveen Faust (poppenspel)

naar Podiumjaren 3